De Van Gendt Hallen op Oostenburg zijn een van de laatste tastbare herinneringen aan het industriële verleden van Amsterdam. Vijf geschakelde hallen, meer dan een eeuw lang in gebruik als machinefabriek, staan vandaag de dag aan de vooravond van een nieuw hoofdstuk. De transformatie van dit rijksmonument is een ontwikkeling van de lange adem. Sinds 2019 werkt Braaksma & Roos aan de restauratie en herbestemming van het complex. Van een gesloten industriële enclave transformeert het naar een publiek, stedelijk interieur waar werken, maken en cultuur samenkomen.
Van Gendthallen, Amsterdam herbestemming van een industrieel rijksmonument
De opgave
Industriële beleving
Het complex van de Van Gendthallen dateert uit het eind van de 19e eeuw en beslaat een oppervlakte van maar liefst 13.000 m2. Bijna honderd jaar lang stond het complex ten dienste van spectaculaire ontwikkelingen en innovaties in de machine-industrie; hier werden geavanceerde locomotieven gebouwd, scheepsschroeven gegoten, de eerste dieselmotoren gemaakt en over de hele wereld verspreid. Technologie en innovatie zijn volledig verweven met het DNA van deze plek en het complex, en krijgen vanzelfsprekend een plek in het nieuwe programma. De hallen zullen een nieuwe thuishaven worden voor ondernemers, kunstenaars, technologische startups en pioniers.
Analyse
Innovatie als kernwaarde
Van oorsprong hadden de vijf hallen een rijk silhouet; de daken waren voorzien van stoomkappen, schoorstenen en verschillende op- en aanbouwen zoals kranen en hijsconstructies. Dit silhouet is in de loop der jaren flink verschraald. De gevels en vloeren vertellen hoe, gedurende de afgelopen eeuw, de pragmatiek het won van de verfijning; vanuit de veranderende functionele eisen werden de gebouwen aangepast waardoor een levendig gevelbeeld is ontstaan.
Visie
duurzaam transformatiekader
Vanaf het begin was duidelijk dat de opgave vroeg om een stevig fundament – een robuust ruimtelijk en architectonisch kader. Een strategie die het DNA van de plek – de innovatie, pragmatiek en de voortdurende aanpassingen – activeert. Door de tijd heen zijn de hallen verworden tot een gelaagd industrieel landschap, een ‘lappendeken’ van ingrepen waarin gebruik altijd leidend is geweest. Dit DNA vormt de basis van de transformatie. Met de transformatie van de hallen wordt het industriële erfgoed van Oostenburg weer geactiveerd met een eigentijdse gemengde functie. Een functie die uitgaat van flexibiliteit en ruimte laat voor mogelijke ontwikkelingen in de toekomst.
In deze video (geproduceerd door Van Gendthallen) vertelt Job Roos meer over de visie op de Van Gendthallen Amsterdam.
Erfgoed en techniek in één verhaal
De schil van de hallen wordt in de basis gekoesterd zoals die is; rijk aan historische gebruikssporen, robuust met rafelranden en bol van patina. Sporen uit het verleden blijven leesbaar, en dragen sterk bij aan de beleving. De hallen worden ingedeeld volgens verschillende klimaatzones waarmee comfort kan worden afgestemd op het gebruik. Restauratie, verduurzaming en vernieuwing zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in één ruimtelijk verhaal. Het glas in de honderden stalen ramen in de langsgevels vervangen voor ultradun isolerend vacuumglas en teruggeplaatst in de originele kozijnen. De dakschil is volledig geïsoleerd en voorzien van zonnepanelen. Met ca. 10.000 aan m2 energie-opwekkend dakvlak wordt het gebouw zijn eigen generator. De oude glazen lichtstraten in het dak worden opnieuw geopend waardoor daglicht weer tot diep in het gebouw doordringt. De vloer wordt verwarmd en gekoeld met twee warmte-koude installaties die gebruik maken van aardbuffering. Met de terugkeer van de stoomkappen als eigentijdse oplossing voor ventilatie is het iconisch profiel van de hallen weer compleet.
Terugkeer van de bok
Een publieke dwarsstraat ter plaatse van de oude goederenrails wordt de ruggengraat die de hallen met de stad en water verbindt. Deze mondt uit in een radicale ingreep: een binnenhaven en een stalen bok. Een hedendaagse interpretatie van de industriële kranen die hier ooit het beeld bepaalden. Door de hallen aan alle zijden te activeren transformeert het complex van een introverte werkplaats naar een doorwaadbare, publieke structuur. Een samenhangend stedelijk interieur op de schaal van een klein stadsdeel, en integraal verbonden met de wijk. Stadsvervoer vanaf water komt rechtstreeks uit in de binnenhaven ín de hallen, bij de centrale middenas en museum DRIFT. De omloop van de kade rondom de hallen loopt ononderbroken door onder de bok – ook als de hallen gesloten zijn. De van Gendt hallen geven weer gezicht aan de kade van Oostenbug, als een uithangbord naar de rest van de stad.